Datum: 01-03-2021

Kanaleneiland kan een unieke klimaatbestendige wijk worden door gebruik te maken van de oorspronkelijke ontwerpprincipes. Dat betogen Hester van Gent en Paul Achterberg in het webinar Stedenbouw voor extremen van AORTA i.s.m. met de ErfgoedAcademie.

In het ontwerpend onderzoek Stedenbouw voor extremen – Kanaleneiland onderzochten landschapsarchitect Paul Achterberg en stedenbouwkundige Hester van Gent de oorspronkelijke stedenbouw en groenstructuur, en hoe die gerevitaliseerd en ingezet kan worden bij de noodzakelijke klimaatmaatregelen in de wijk. Een van de resultaten is een routekaart die ook toepasbaar is in andere naoorlogse wijken.

Video van het webinar van 11 februari 2021 (tekst gaat verder onder de video)

Liefde en visie
Het is al een verdienste deze middag dat Johan van Alff en Bram Galjaard de groenontwerpers van Kanaleneiland in de jaren vijftig en zestig, weer eens bij name worden genoemd. De openbare ruimte in Kanaleneiland is op sommige plekken zo sleets en staat zo vol auto’s dat het lijkt alsof er nooit een groenplan was. Niets is minder waar, maakt Paul Achterberg duidelijk. Er is indertijd met veel liefde en een heldere visie aan de wijk ontworpen, blijkt ook uit de presentatie van Hester van Gent.

Het oorspronkelijke groenplan hing nauw samen met de stedenbouw – de ontwerpers werkten er indertijd gezamenlijk aan – en biedt volgens de onderzoekers veel aanknopingspunten voor klimaatmaatregelen. Maar Achterberg wijst ook op de rol die Kanaleneiland, als een groene wijk met veel ruimte, zou kunnen vervullen in een stad als Utrecht die op veel plekken steeds dichter bebouwd wordt.

Groen verbinden
Alleen al de aangrenzende Merwedekanaalzone ziet er binnenkort heel anders uit. Weliswaar wordt deze nieuwe wijk autovrij, maar de toekomstige woonblokken zijn hoog en staan dicht op elkaar. Kanaleneiland biedt dan ademruimte. Op stedelijke schaal doet Achterberg voorstellen om parken met elkaar te verbinden. Hierdoor ontstaan niet alleen nieuwe recreatieve routes en prettige fietsverbindingen, het is ook goed is voor het ecosysteem en de afvoer van regenwater.

Met de afwatering in Kanaleneiland is iets bijzonders aan de hand omdat de wijk is gebouwd op een ondergrond van zand, dat op zijn beurt op een dichte kleilaag ligt. TAUW deed in het kader van de Routekaart voorstellen om het water vast te houden in het opgespoten zand, om droogte te voorkomen, maar hier worden weinig vragen over gesteld. De toehoorders zijn meer geïnteresseerd in het welzijnsaspect dat geborgen zit in de opgave: de voorgestelde klimaatmaatregelen resulteren in meer groen en een buitenruimte waar je prettiger verblijft. Ook al omdat ze de stedenbouwkundige samenhang, en daarmee de schoonheid ‘terughalen’.

‘Je kunt er net als bij een breiwerk niet een deeltje uithalen.’

Breiwerk
Dit gaat over de CIAM-idealen van Le Corbusier én de idealen van Jane Jacobs, constateert gespreksleider Yvonne Ploum, directeur van de Erfgoedacademie. Zij vraagt aan Van Gent of die twee het met elkaar hadden kunnen vinden. Jacobs wees op het belang om je buren te ontmoeten en pleitte voor het behoud van de zichtbare geschiedenis, antwoordt Van Gent. Die geschiedenis heeft in dit geval een link met Le Corbusier. ‘We moeten naar de toekomst kijken. Maar doe je een ingreep, wees je dan altijd bewust van de uitgangspunten van destijds. Het kenmerk van dit soort wijken is de samenhang, je kunt er net als bij een breiwerk niet een deeltje uithalen.’

Achterberg en Van Gent tippen in dit licht heel even de nieuwbouwontwikkelingen aan die de afgelopen tien jaar plaatsvonden in de wijk zelf. Het is duidelijk dat zij er, vanuit het idee van het breiwerk, niet blij zijn met de afname van het groen. Achterberg en Van Gent richten zich vooral op wat wél goed is gegaan, zoals de renovatie van de blokken aan de Spaaklaan door woningcorporatie Mitros. ‘Als dit allemaal gebeurt, wordt het een feestje, daar ben ik van overtuigt’, zegt Achterberg over de voorstellen van de Routekaart.

Uitwerking
In de chat en discussie die volgt worden allerlei punten genoemd ‘voor de verdere uitwerking’, zoals zwemplekken, ontmoetingsplekken, bestaande plannen, buurtgroen, groenbeheer, ruimte voor bijen en roofvogels, energieopslag per ‘stempel’, en de samenwerking met de bewoners. Want ‘je kunt het alleen samen met de bewoners aanpakken’, merkt een bewoner op. Ook de biodiversiteit is een punt voor – hopelijk even positief gestemde – verdere uitwerking. Achterberg lijkt voor de zekerheid alvast uit te leggen waarom Galjaard en Van Alff indertijd niet aan biodiversiteit deden en voor laanbeplanting kozen: ‘Zo’n laan met een enkele boomsoort, plataan, haagbeuk of zwarte els, leidt het perspectief. Als je gaat variëren maak je plekjes en voert de blik niet meer naar ginder. Zo’n laan biedt geen perspectief meer op de wijde wereld.’

 

Een routekaart voor klimaatadaptatie in naoorlogse wijken
Nieuwe opgaven zoals klimaatadaptatie en energietransitie vragen om slimme oplossingen in naoorlogse wijken. AORTA initieerde een ontwerpend onderzoek naar de toepassing van de oorspronkelijke ontwerpprincipes van het groen voor een klimaatbestendige omgeving voor Kanaleneiland. Het onderzoek is tot stand gekomen via de Open Oproep Stedenbouw voor extremen II van het Stimuleringsfonds voor Creatieve Industrie. Deze uitvraag was een onderdeel van het programma Visie Erfgoed en Ruimte in opdracht van OCW en I&M en de RCE, deelprogramma Erfgoed en Water. In samenwerking met Atelier Quadrat, Hester van Gent, Erfgoed – stedenbouw – water gemeente Utrecht, waterschap HDSR, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Maarten Hensbroek, Mitros en Tauw.

De uitkomsten zijn gebundeld in een online publicatie, zie hier

Ook interessant: