Datum: 18-04-2022

De vijf Lopikerwaardgemeenten Woerden, Oudewater, Montfoort, Lopik en IJsselstein zijn zich bewust van de bijzondere kwaliteit van het landschap in dit stuk van het Groene Hart. En daarmee ook van de kwetsbaarheid ervan.

Door: Ben Kuipers 

Deze column is onderdeel van de publicatie Routes naar het Landschap van Verlangen over zonne-energieproductie als aanjager voor landschapsontwikkeling. Met ontwerpvoorbeelden, columns en een routekaart biedt deze publicatie inspiratie en inzichten voor iedereen die te maken heeft met de komst van zonnevelden.

Dit was aanleiding om in 2020 de Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard 2040 als gemeenschappelijk regionaal perspectief vast te stellen. De kunst is om een nieuwe balans tussen al de veranderende functies te vinden en de landschappelijke kwaliteit van de Lopikerwaard te behouden en te versterken. Om ruimte te bieden voor gewenste ontwikkelingen en transformatie, en tegelijkertijd ook te koesteren en bewaken wat dit landschap zo bijzonder en gewaardeerd maakt.

Ben Kuipers

Het is dan ook niet meer dan logisch dat de vijf gemeenten het opstellen van hun afwegingskaders voor de opwek van energie op elkaar hebben afgestemd. Door de politieke gevoeligheid van dit maatschappelijk beladen onderwerp blijkt deze afstemming in de praktijk nog helemaal niet zo eenvoudig. Gelukkig hebben de vijf gemeenten in ieder geval dezelfde adviseurs ingeschakeld, waardoor over elkaars grenzen heen kijken ingebakken was in het proces. En het gezamenlijk als opdrachtgever optreden voor het ontwerpend onderzoek ‘Landschap van Verlangen’ naar de mogelijkheden van zonneparken in het landschap van de Lopikerwaard stemt hoopvol over de wil om tot een afgestemd landschapsbeleid te komen voor de inpassing van energieproductie.

Over wat de kwaliteiten zijn die moeten worden gespaard en verder ontwikkeld van het Groene Hart in het algemeen en van de Lopikerwaard in het bijzonder valt nog veel te zeggen. Een belangrijk advies dat de drie Provinciaal Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit van Utrecht en Noord- en Zuid-Holland al hebben gegeven is te bepalen wat de gemeenschappelijke kwaliteiten van het hele Groene Hart zijn en wat juist de kenmerkende rijkdom aan verschillen is tussen de te onderscheiden deelgebieden. Op de schaal van het Groene Hart is het van belang om niet alleen onderscheid te maken tussen de verschillende landschapstypen, zoals droogmakerijen, de waarden en de rivieroeverlandschappen. Houd bijvoorbeeld ook rekening met de verschillen in cultuurhistorische waarden van verschillende gebieden, in natuurwaarden (zoals weidevogel kerngebieden) en in verschillen in dynamiek tussen stadsranden en infrastructuurbundels enerzijds en de luwte van de meer afgelegen puur agrarische gebieden.   

Een collectieve Groene Hart kwaliteit, die ook door de ontwerpteams wordt genoemd, is de lage horizon met vergezichten en wolkenluchten. De weidevelden van de melkveehouderij zijn daarbij dominant. De geometrie en lange rechte lijnen die kenmerkend zijn voor de jonge droogmakerijen zijn hier minder aanwezig. De lange lijnen van weteringen, kades en kavelsloten vertonen in het Groene Hart een meer gevarieerd en grillig verloop. Het contrast tussen de grote schaal van de open weides en de kleine schaal van de linten, kades en sloten bepaalt in grote mate de waardering voor dit landschap. Kleine hoogteverschillen door kades en microreliëf voegen vooral bij strijklicht een extra laag toe aan de beleving van het landschap. In de ontwerpstudies wordt op deze kwaliteiten voortgebouwd, bijvoorbeeld door het weerspiegelen van de lucht bewust toe te passen en door het reliëf tot uiting te laten komen bij het opzetten van (grond)waterstanden.

Het onderscheiden van twee specifieke landschapstypen in de Lopikerwaard – de kleigronden en stroomruggen langs riviertjes en de veenkommen daar tussenin – vormt een belangrijke basis voor een differentiatie in toepassing van zonnepanelen. In het open veenlandschap wordt door Vista dankbaar gebruik gemaakt van het systeem van achterkades om op een vanzelfsprekende wijze een nieuw ruimtelijk gescheiden energielandschap te creëren dat is samengesteld uit voor het Groene Hart vertrouwde componenten als water en rietvelden met zonnepanelen. Daarbij is het best stoer dat daarbinnen de zonnepanelen niet worden verstopt achter rietkragen maar dat is gekozen voor hoge solitaire panelen, die een nieuwe laag toevoegen aan het landschap. Deze aanpak vereist wel een gebiedsgerichte aanpak voor een groot deel van de polder. Welbeschouwd wordt met deze aanpak het vroegere kenmerkende mozaïek van bruikbare drogere polderdelen en moerassige minder bruikbare delen – dat door cultuurtechnische innovaties is vervlakt – weer hersteld. Het meer kavelgewijze scenario van Vista grijpt daarbij terug op het extensiever worden van het landgebruik door boeren verder van de boerderij af. De hoge zonnepanelen zullen daarbij een nieuw landschapselement worden voor de hele polder, zichtbaar vanaf de linten in de verte tussen het riet. Dit scenario vereist een ingreep in de waterhuishouding van grote poldereenheden. Van belang is te onderzoeken wat deze nieuwe landschappen voor de natuur kunnen betekenen, met name voor water- en weidevogels.

 

 

De  drogere klei en stroomruggronden worden gekenmerkt door de aanwezigheid van opgaande beplanting in de vorm van singels, boomgaarden en bosopstanden. Uit de ontwerpverkenningen kunnen we leren dat als we een robuuste beplantingsstructuur ontwikkelen het landschap goed in staat is zonnevelden op een vanzelfsprekende wijze op te nemen. Het gaat daarbij vooral om een kwestie van maat en schaal; de beplantingsstructuren moeten echt robuust zijn en de zonnevelden mogen niet in te grote blokken worden ingezet, waarbij een combinatie met agrarische gebruik wordt gezocht. Innovatie van zonnepanelen tot doorontwikkeling van flexibele combineerbare units biedt een hoopvol perspectief.

Het landschap van de infrastructuur en stadsranden van het Groene Hart en de Lopikerwaard is tot nu toe onderbelicht gebleven. Aangezien juist hier gezocht wordt naar locaties voor zonnepanelen adviseer ik een aanvullende verkenning gericht op deze gebieden.

Ben Kuipers is als zelfstandig landschapsarchitect al vele jaren werkzaam als adviseur in de Lopikerwaard. Voor Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland is hij werkzaam als polderarchitect. Hij is tevens voorzitter van de landelijke beroepsvereniging van landschapsarchitecten NVTL.

terug naar Landschap van Verlangen