Datum: 09-05-2022

Met de inpassing van de energietransitie komt er behalve kaas, melk en vergezichten een nieuw product uit het Groene Hart: duurzame energie, vers opgewekt uit het landschap. Hoe vreemd is zonne-energie als product van een landschap?

Deze column is onderdeel van de publicatie Routes naar het Landschap van Verlangen over duurzame energieproductie als aanjager voor landbouwtransitie, biodiversiteit en robuuste landschapsontwikkeling. Met ontwerpvoorbeelden, columns van mensen uit het werkveld en een politieke routekaart biedt deze publicatie inspiratie en inzichten voor iedereen die te maken heeft met de komst van zonnevelden.

Door: Paul Roncken

Velen vinden het zonde om het vruchtbare land vol te leggen met panelen. Als ontwerper en adviseur ruimtelijke kwaliteit zie ik zelf ook dat de huidige zonnepanelen niet passen bij de traditie van Nederlandse landschappen. Hoe fijn ze ook zijn ingepast met een rand van kruiden of bloemen; het blijft een flinke dosis techniek, afgeschermd met hekken en camera’s. Niet iets om trots op te zijn. In het zoekproces van dit ontwerpend onderzoek hebben we, op weg naar verbetering, drie belangrijke ontdekkingen gedaan.

Taal vanuit verbeeldingskracht. Tijdens de voorbereidende excursie met een breed gezelschap, langs de zonneparken die al zijn gerealiseerd, viel me op dat veel deelnemers toch aangenaam overdonderd zijn. Er is echt wel iets gedaan met de zorgen van het grote publiek. De parken liggen zo verstopt dat je ze vanaf de weg nauwelijks ziet en als je er eenmaal bent, loop je op brede open stroken waarmee oude zichtlijnen over het land zijn hersteld. Zelfs trafo huisjes kunnen aardig worden vormgegeven. Maar terug bij de tekentafel en online bladerend door de verschillende voorbeelden in Europa, knaagt het weer. Dit is nog niet goed genoeg.

Verlangen
Binnen het kernteam waarmee we de vier ontwerpteams in dit ontwerpend onderzoek hebben begeleid, vonden we daar een taal voor. De kwaliteit van zonne-landschappen is nog niet goed genoeg, maar voor genoeg mensen acceptabel: landschappen van acceptatie. Maar voor ons, als ruimtelijk experts, bestaat er ook een landschap van verlangen. Waar verlangen we dan naar? Voordat er verlangen is, is er een behoefte. Er is behoefte aan duurzame energie in plaats van gas uit Rusland of uit vervuilende olie of steenkolen. En er is behoefte om het landschap meer in evenwicht te brengen met een veranderend klimaat, verdwijnende weidevogels en gezonde opvattingen over eten, bewegen en samenzijn. In een landschap van verlangen krijgen al deze behoeften een ruimtelijke samenhang. De ontdekking dat we ontwikkelingen niet hoeven te accepteren als we naar iets toewerken waar we naar kunnen verlangen, is heel belangrijk.

Klein Duimpje contrast
Er bestaat een groot bestuurlijk en maatschappelijk contrast tussen de grootste metropoolregio’s van Nederland en de veel kleinere en armlastigere gemeenten van het Groene Hart. Het is gemakkelijk om te constateren dat alles met elkaar samenhangt en toch vinden overheden het vaak ingewikkeld om dat in praktijk te brengen. Waar stedelijke regio’s telkens weer nieuwe budgetten vinden voor ontwerpend onderzoek, bouwinnovatie en voorwaarde stellende investeringen in infrastructuur; zo blijft het dubbeltje waaronder het Groene Hart is geboren op achterstand. Schrijnend is bijvoorbeeld dat het huidig elektriciteitsnetwerk op korte termijn niet wordt aangepast terwijl er wel een rigoureuze systeemverandering nodig is om stroom vast te houden en te vervoeren. Al in een eerder advies uit 2020 is nauwkeurig uitgezocht dat veel zoekgebieden voor zonnevelden niet goed bekabeld zijn en dus alleen kleinschalige en versnipperde mogelijkheden bieden voor zonne-veldjes die als het ware aangesloten worden op de lantaarnpaal langs de weg.

Dat schiet dus niet op en het sluit ook niet aan bij de veel grootschaliger perspectieven vanuit bodem, water, weidevogels en een toekomstperspectief op de landbouw die ook allemaal in de komende 10 jaar een plek willen vinden. De Groene Hart kwaliteiten zijn gebaat bij gemeenschappelijke aanpak, zoals al bijna duizend jaar de drijvende kracht is. De afweging die gemaakt moet worden is deze: is het verantwoord om te roeien met de riemen die we hebben (huidige netwerk met beperkingen, landschap van acceptatie); of zijn er zwaarwegende redenen om toch eerst goed te investeren op het netwerk? In de veenweidegebieden is de reden zwaarwegend genoeg: zorg voor nieuwe netwerkaansluiting in de laagste delen van het landschap, waar het water wordt opgezet, weidevogels en insecten hun broedplaatsen vinden, CO2 wordt vastgelegd in nieuwe veenvorming die met avontuurlijke recreatienetwerken beleefd kunnen worden en boeren op de hogere delen kunnen blijven boeren. Pas op met een verzameling Klein Duimpjes in het Groene Hart, maak vooral gezamenlijke stappen met zevenmijlslaarzen.

Gebiedseigen financiering
Een belangrijke hobbel in het kader van de nieuwe Omgevingswet is het gebiedsgericht werken. Heel algemene Haagse regels moeten heel lokaal maatwerk mogelijk maken. Enerzijds is dit een enorme interne uitdaging voor ambtenaren, juristen, bestuurders en omgevingsmanagers; anderzijds vraagt het vooral om vernieuwing van gebiedseigen financiering vanuit meer dan alleen landbouw. Een lichtpuntje op de horizon is het stapelen van geld vanuit de nieuwe thema’s zoals klimaat, stikstof en biodiversiteit. Een ander lichtpuntje is de ongelooflijke revenuen die landeigenaren en mede eigenaarschap van omwonenden op kunnen strijken bij het gezamenlijk oogsten van duurzame energie. Intensieve veehouderij levert een boer 950 euro per hectare op, energie levert nu al 6000 euro per hectare op. Dat is interessant voor een ondernemer en voor 50% eigenaarschap van omwonenden. Gebiedseigen financiering geeft perspectief op het maken van brede coalities en daarmee draagvlak voor verandering.

De optelsom van deze drie ontdekkingen is dat een route naar een landschap van verlangen bijzonder veel voordelen en zwaarwegende redenen kent, en dat is het mooiste resultaat dat je met ontwerpend onderzoek kunt bereiken.

Paul Roncken, landschapsarchitect met een PhD in natuur esthetiek en de sublieme ervaring aan de Wageningen Universiteit. Wilde als kind astronaut worden en heeft na omzwervingen in ontwerp, kunst, wetenschap, onderwijs en gezinsleven, zich permanent gevestigd op planeet aarde in de buurt van de Utrechtse Heuvelrug waar hij het leven met alle levensvormen dagelijks actief meemaakt en ondersteunt.