Datum: 05-05-2022

Wat gebeurt er als datasets een sturend instrument worden bij stedenbouw en gebiedsontwikkeling, en ontwerpers eerder betrokken worden bij de selectie, analyse en verwerking van data?

Ontwerpers krijgen steeds meer te maken met data. In gebouwontwerp wordt data al veelvuldig gebruikt voor ontwerpkeuzes, maar in de stedenbouw en gebiedsontwikkeling is het gebruik van data en de interactie tussen ontwerpkeuzes en data nog minder geïntegreerd. De verschillende omgangsvormen met data gaan ervan uit dat de selectie, validatie, analyse en toepassing van data vanzelfsprekend volgen uit de vraagstelling. Het ontwerpend onderzoek Interactielandschap draait dit om: wat gebeurt er als datasets de vraagstelling mee gaan sturen, en ontwerpers eerder betrokken worden bij de selectie, analyse en verwerking van data? Levert deze werkwijze andere en wellicht nieuwe inzichten op en dus ook alternatieve ontwerpopgaven?

Datasets

Interactielandschap stelt zichzelf ten doel om met een team aan ontwerpers en experts de ambities en principes van een concrete casus tegen het licht te houden door verschillende typen datasets te verknopen en met de daaruit voortvloeiende inzichten aan de slag te gaan. Op die manier wil het ontwerpteam nieuwe perspectieven op de ontwerpopgave creëren en zoeken naar kansen en/of nieuwe ontwerpaanleidingen die de ruimtelijke kwaliteit kan verstevigen.

Het team wil een relevante gebiedsontwikkeling als casus benutten en gebruikt daarvoor de uitgangspunten van de RSU. Deze toekomstvisie op de groei van Utrecht beschrijft dat de stad kiest voor vier nieuwe centra waar verdichting rondom knooppunten moet gaan plaatsvinden. Groen en mobiliteit worden belangrijke dragers als Utrecht van een concentrische stad verandert in een polycentrische stad. De RSU zet niet meer alleen in op de hoofdfuncties wonen, werken en verkeer maar juist op het versterken van kwalitatieve groei. Wat worden de ruimtelijke opgaven met principes als: dubbel ruimtegebruik, natuurinclusief, klimaatrobuust en energie opwekken? Daarnaast heeft het nieuwe principe van de ‘tienminutenstad’ gevolgen voor de bereikbaarheid van alle voorzieningen. Te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer moeten voorzieningen binnen tien minuten te bereiken zijn vanaf de woon- of werkplek. Dat past ook bij ‘de menselijke maat’ waar Utrecht om wordt geroemd.

Sweco en IMOSS

Het gehele proces staat onder leiding van een Kernteam, samengesteld uit Sweco en IMOSS, gecoördineerd door AORTA. Het kernteam voert supervisie op het proces, en bekijkt tijdens drie iteratieve cycli welke externe gasten we uitnodigen. De ontwerpers zijn tevens ateliermeester in de verschillende sessies. Doorlopend monitoren we wat iedere sessie oplevert voor de hoofdvraag, en wat vervolgens nodig is om tot verdere inzichten te komen.  Naast het kernteam speelt het Klankbord een fundamentele rol om het Kernteam scherp te houden. Het Klankbord is samengesteld uit externe en onafhankelijke personen. 

Vertraagde stad

Het geselecteerde hoofdthema is de ‘vertraagde stad’. Dit is de laatst toegevoegde ambitie van de RSU en het minst uitgewerkt. Het is interessant omdat het qua uitwerking in contradictie lijkt te zijn met andere thema’s zoals de verdichtingsopgave, de ‘tien minutenstad’ en de nadruk op mobiliteit. De vertraagde stad betekent de nadruk op loop, en fietsverkeer in plaats van de auto. De stad moet ook vertragen door het aanbieden van genoeg mogelijkheden voor rust en groen. Utrecht wil ondanks de groei geen gestreste metropool worden, maar een vertraagde stad die past bij de bescheiden identiteit van Utrecht. In de andere ambities schuilt dichtheid van gebouwen en voorzieningen, terwijl de vertraagde stad een verstilde ruimte ambieert waar mensen tot rust kunnen komen. De vragen die hierdoor opkomen is hoe deze ambities zich tot elkaar verhouden en hoe een begrip als rust geïnterpreteerd moet worden. Een vervolgstap is het opstellen van een typologie van rust met verschillende facetten die tot rust gerekend kunnen worden zoals stilte, groen, zicht, voorzieningen, etc. Aan deze typologieën zullen de ontwerpers in de tweede cyclus datasets hangen waardoor gelaagde kaarten van rust ontstaan.

Knooppunt Papendorp

De ontwerpteams vliegen dit thema aan vanuit twee schaalniveaus. De grote schaal van Utrecht met omgeving, en de kleine schaal van de specifieke casus Papendorp / A12-zone wat een van de beoogde knooppunten is. Op de grote schaal worden de zones van de stad ontdekt die overeenkomen met de ambities van de RSU en worden de locaties van de knooppunten geëvalueerd ten opzichte van die resultaten. De datasets die de ontwerpers hiervoor gebruiken zijn een combinatie van onconventionele datasets met gebruikelijke – en vooruitstrevende datasets. Wat zegt bijvoorbeeld de aanwezigheid van het aantal prullenbakken in een gebied over de intensiviteit waarmee die ruimte gebruikt wordt? Wat voor informatie krijg je als je dit afzet tegen de analyse van datasets van hardlooproutes en de groen blauwe structuren van de stad? Zijn de verschillen in groengebruik aanleiding voor nieuwe ontwerpopgaven?

Op ingezoomde schaal worden de mogelijkheden onderzocht van knooppunt Papendorp zoals hij in de RSU wordt voorgesteld. Hoe verhoudt de vertraagde stad zicht tot een knooppunt dat momenteel in het teken staat van de intensieve stad met veel (hoge snelheids-) mobiliteit, industrie en een gebrek aan landschappelijk laadvermogen?

Inspireren

De uitkomsten van het onderzoek zijn niet bedoeld om kritiek te leveren op de RSU. Eerder is het een aanvulling of uitwerking op basis van een alternatief ontwerpproces dat het werkveld kan inspireren. De ontwerpteams bewijzen dat het gebruik van data niet alleen bedoeld is voor technische experts, maar dat de selectie, combinatie en interpretatie van data een belangrijk onderdeel kan zijn van het ontwerpproces zelf. De ontwerpers wenden de datasets aan als een instrument door ze te verknopen, de juiste vragen te stellen en scherp de uitkomsten te analyseren. Op deze manier wordt werken met data net zo goed een creatief- als een technisch proces.