TERUG NAAR OVERZICHT

KOESTER DE RUIMTE

Op basis van de historisch-ruimtelijk onderzoek en de hydrologische analyse organiseerde AORTA een excursie en twee ateliers onder leiding van Paul Achterberg.

In het eerste atelier ligt de nadruk op de cultuurhistorie. Er werd gesteld dat Kanaleneiland in 2050 voor de opvang van hemelwater afgekoppeld moest zijn van het riool. Waar en hoe kan het water dan opgevangen worden? De ontwerpers tasten af hoe de oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteiten zijn in te zetten, waarbij ze rekening houden met bestaande ontwikkelingen in de stad, zoals de verdichting in de Merwedekanaalzone en de toekomstige veranderingen op het gebied van mobiliteit. Ook onderzoeken ze de waarde van orthogonaliteit. De plattegrond van het Stadseiland (Kanaleneiland, Transwijk en Oog in Al) loopt naar het zuiden en noorden namelijk taps toe. Waar de kanalen samenkomen wordt voorgesteld de landhoofden te vergroenen.

De vraag of verdichting in Kanaleneiland een optie is, wordt ontkennend beantwoord, juist vanwege de (toekomstige) verdichting elders in de stad. Die maakt de ruim opgezette openbare ruimte van Kanaleneiland, als contramal, nog eens extra belangrijk. Met gevoel voor de onderscheidende kwaliteit van de verschillende gebiedsdelen worden in het eerste atelier ook voorstellen gedaan op de schaal van het hele Stadseiland tussen het Merwedekanaal, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Oude Rijn. Park Transwijk wordt vergroot en krijgt uitlopers naar de kanaaloevers oost en west. Voor de stempels worden twee varianten onderscheiden: een stempel met autowegen om de kwadranten heen en een luw binnengebied met groen en water, en een stempel met autoverkeer door de kwadranten heen en luwe randen met groen en water.

In het eerste atelier werd uitgezoomd, in het tweede atelier gaan de ontwerpers aan de slag op de kleine schaal van Kanaleneiland-Noord: de stempels tussen de Bevinlaan en de Bernadottelaan en de aansluitende ruimtes. Daarbij rekening houdend met de hechting van de architectuur aan buitenruimte, met schaduw en licht. Er worden ideeën ontwikkeld voor de geprivatiseerde binnengebieden, er wordt gekeken naar de middenberm van de Marshalllaan, het veranderen van de functies in de plint – wonen heeft de voorkeur boven berging – en naar mogelijke verbindingen naar het kanaaloeverpark langs het Amsterdam-Rijnkanaal.

‘Visiting critics’ zijn: Bettina van Santen (cultuurhistorie, gemeente Utrecht), Goos Boelhouwer, (beleidsadviseur water en ruimtelijke adaptatie, HDSR), Ellen Vreenegoor (erfgoed en ruimte, RCE), Jacqueline Rosbergen (senioradviseur architectuurhistorie RCE), Majolein Ruiter (senior vastgoedontwikkelaar Mitros) en Maarten Hensbroek (projectleiding gemeente Utrecht).