publicatie


Datum: 01-01-2015

Lessen uit twee Utrechtse casussen waar de werelden van ontwikkeling en beheer dichter bij elkaar komen.

Mede door de economische crisis groeit de aandacht voor nieuwe ontwikkelmodellen waarbij financiële risico’s beheersbaar blijven. Een steeds vaker toegepast model is ‘ontwikkelend beheer’, waarbij de ontwikkeling en het beheer van gebouwen en gebieden niet langer gescheiden fasen zijn. Bij ontwikkelend beheer vindt een koppeling plaats tussen de structurele aandacht, kennis en investeringsstromen die besloten liggen in het domein van het beheer, en de slagkracht van het domein van de ontwikkeling.

Ontwikkelend beheer kan op verschillende manieren worden toegepast. Zo kan er bij nieuwbouw al worden nagedacht over hoe het beheer een integrale rol speelt in het proces, ontwerp en de bouw. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van het Kromhoutkazerne in Utrecht, waarbij gebruik gemaakt is van een DBFMO-contract (Design, Build, Finance, Maintain, Operate). Maar ook binnen de bestaande gebouwenvoorraad is ontwikkelend beheer een geschikte strategie. In dat geval worden ingrepen die nodig zijn vanuit beheeroogpunt, verknoopt met een verbetering of verduurzaming van het gebouw. Aan de hand van twee Utrechtse cases gaat Aorta op zoek naar de voordelen van ontwikkelend beheer. En levert het ook daadwerkelijk wat op? Is het opheffen van de scheiding tussen ontwikkelen en beheren daadwerkelijk waardevermeerdering? Leidt het ook tot een beter ontwerp? Kan het samen optrekken van ontwikkeling en beheer leiden tot flexibeler gebouwen die een langere levensduur hebben omdat ze met de vraag mee kunnen bewegen?

Staan we voor een nieuwe werkwijze, of is het business as usual?

Download publicatie