TERUG NAAR OVERZICHT

Wonderwoods: een levend(ig) icoon voor de stad

Op de kop van het Beurskwartier, tussen Beatrix Theater en bioscoop Kinepolis, verrijst de komende twee jaar een bos van één hectare groot. Het is echter geen bos zoals we dat kennen. In, aan en op de twee torens van het project Wonderwoods komen in totaal 360 bomen en tienduizend planten. De vegetatie van het verticale bos neemt per jaar 5.400 kilogram CO2 op, zuivert de lucht op natuurlijke wijze, draagt bij aan de reductie van hittestress en vergroot de biodiversiteit in de stad.  Een gesprek met ontwikkelaar Robert Luyt van Wonderwoods Development en architect Jeroen Schilder van MVSA Architects over dit bijzondere project en de toekomst van gezond stedelijk leven.

Door Leon Sebregts

 

In 2017 wonnen jullie na een prijsvraag de opdracht voor Wonderwoods. Wat was destijds de uitvraag van de gemeente?

Jeroen:

“Utrecht heeft een grote binnenstedelijke ontwikkelopgave die zich steeds meer op de westkant van het station richt. Voor het scharnierpunt tussen het stationsgebied en het nieuwe Beurskwartier zocht de gemeente een schoolvoorbeeld van duurzaam stedelijk leven, dat als inspiratie zou kunnen dienen voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied. Nu is het Beurskwartier nog vrij stenig, maar dat gaat veranderen. Wonderwoods wordt de opmaat naar een gezonde, duurzame en groene nieuwe stadswijk die zich via het Beurskwartier en de Merwedekanaalzone helemaal uitstrekt tot aan de A12 in het zuiden van de stad. De uitdaging lag er vooral in om aan te sluiten op de schaal van het achterliggende gebied, ondanks het grote aantal te realiseren vierkante meters en de gevraagde mix van functies. Een grootschalige kolos zou in deze nieuwe stadswijk niet passen. Zowel in vormgeving als materiaalgebruik was er verfijning gewenst.”

Was die gewenste verfijning aanleiding om het programma op te knippen in twee torens met een tussenstraat?

Robert:

“De opdeling was al in de uitvraag aanwezig, maar het was wel de reden om twee verschillende architecten bij het project te betrekken. De Italiaanse architect Stefano Boeri, die met zijn ‘Bosco Verticale’ in Milaan veel lof oogstte en nu op verschillende plekken in de wereld vergelijkbare ‘verticale bossen’ realiseert, ontwerpt de 105 meter hoge toren aan de Croeselaan. Het Amsterdamse MVSA Architects is verantwoordelijk voor het ontwerp van de dertig meter lagere toren aan de Jaarbeursboulevard. De architectuur van Stefano Boeri Architetti is hoekig, robuust en introvert. Bij zijn toren vormt de natuur een jas om het gebouw. De toren van MVSA Architects heeft afgeronde hoeken en is meer gedetailleerd, gelaagd en extravert. Het groen strekt zich hier vanuit de vele binnentuinen uit over de dakterrassen. Samen vormen de torens een coherent geheel. Binnen het groene totaalconcept hebben beide hun eigen karakter en kwaliteiten.”

Jeroen:

“Boeri maakt echt een statement met het groen aan de gevels. Vanuit onze architectuurvisie werken wij meer van binnenuit naar buiten. Als bureau hebben we een lange geschiedenis met duurzaam bouwen. In het voormalige ING hoofdkantoor op de Zuidas pasten we twintig jaar geleden al een dubbele huidgevel toe en maakten we grote atria met groen. Bij Wonderwoods zetten we atria in om groen en daglicht diep in het gebouw te brengen. Het centrale atrium wordt een eyecatcher en ontmoetingsplek. Via enorme taatsdeuren is het op verschillende niveaus verbonden met de dakterrassen.”

Hoe kwam de selectie van de vegetatie tot stand en hoe gaat het onderhoud van al dat groen straks in zijn werk?

Jeroen:

“Het selecteren van de juiste bomen en planten was een studie op zich. Hiervoor is Arcadis Landschapsarchitecten als adviseur aangehaakt. Met inheemse soorten heb je de grootste kans van slagen. De vegetatie is daarom geïnspireerd op de vegetatie die terug te vinden is in Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Onlangs zijn we zelfs benoemd tot eerste verticale zusterpark van het Nationale Park, een enorme eer.”

Robert:

“De toren van Stefano Boeri wordt net als in Milaan onderhouden door een team van abseilers, de zogenaamde ‘vliegende hoveniers’. In Milaan is dit altijd een hele belevenis. De toren van MVSA Architects heeft terrassen en wintertuinen. Daar is het onderhoud wat eenvoudiger. Door de onderhoudspartijen zal continu worden gemonitord welke plant- en boomsoorten goed groeien en welke misschien iets meer liefde en aandacht nodig hebben. Op dit moment staan de bomen bij de kweker al in zogenaamde Air-Pots om te wennen aan de toekomstige omstandigheden. Mochten er uiteindelijk toch bomen overlijden, dan blijft het hout in de daktuin achter voor de fauna.”

Zijn er naast de ‘Utrechtse’ vegetatie nog andere zaken die Wonderwoods tot een Utrechts project maken?

Jeroen:

“Ook in het materiaalgebruik komt de connectie met Utrecht terug. In contrast met de gladde en vrij harde gevels in het stationsgebied, passen we bij Wonderwoods warmere materialen toe met veel textuur, zoals hout. De horizontale randen in de toren zijn gemaakt van keramiek, als verwijzing naar de lange historie die Utrecht met dit materiaal heeft. Het sluit ook mooi aan bij de bakstenen die in het achterliggende gebied veel toegepast gaan worden.”

Robert:

“In de toren van MVSA Architects komt bovendien Nowhere, een museum voor digitale, interactieve en multi-sensorische kunst. Dat wordt in Utrecht als stad van digitale technologie, videogames, animatie en film een echte publiekstrekker. Het dakpark dat beide torens op de zevende verdieping met elkaar verbindt, wordt openbaar toegankelijk. Iedereen kan hier van het mooie uitzicht over de stad genieten. Het dakpark krijgt een restaurant en de zogenaamde Vertical Forest Hub. In dit educatiecentrum laten we zien hoe Wonderwoods ‘tot leven’ komt en wat daar voor nodig is. Dit is dé plek om te ervaren hoe het is om één te zijn met de stadse natuur.”

 De aansluiting op de straat is bij veel hoogbouwprojecten problematisch. Hoe zorgen jullie ervoor dat dit bij Wonderwoods niet het geval is?

Jeroen:

“Nowhere verdraagt als functie geen daglicht. Dit museum hebben we daarom als dichte doos in het binnenste van Wonderwoods ondergebracht. Er omheen liggen zoveel mogelijk levendige functies, zoals de entrees van de woningen, de fietsentree, kleinschalige winkeltjes en horeca. Ook in de tussenstraat is dit het geval. De gemeente had hier in eerste instantie de expeditie gedacht, maar met het schrikbeeld van de stegen rondom TivoliVredenburg in gedachten, maken wij er een levendige stadsstraat van met een menselijke maat. De expeditie en entree van de parkeergarage houden we juist dicht bij de Croeselaan om verkeersbewegingen in het gebied te beperken. Een kleine korrelgrootte, in programma en materiaalgebruik, zorgt voor een prettig groen gebouw op ooghoogte. Dankzij de terrasvormige opbouw is er ook hogerop in Wonderwoods genoeg te beleven. De terrassen en de toepassing van groen zorgen er bovendien voor dat valwinden worden gebroken en op straatniveau een prettig verblijfsklimaat ontstaat.”

Is een project als Wonderwoods de toekomst voor het op een verantwoorde manier verdichten van het stedelijk gebied?

Jeroen:

“De druk op de stad is immens. Utrecht kiest er zeer bewust voor te verdichten nabij het OV-knooppunt. Auto’s worden daarbij zoveel mogelijk op afstand gehouden. Onderin de parkeergarage van Wonderwoods bevindt zich een mobiliteitshub waar we diverse vormen van duurzaam vervoer aanbieden, zoals deelauto’s, deelfietsen en bakfietsen. Zolang je hoogbouw nauwkeurig in het stedelijk weefsel inpast en voor goede voorzieningen zorgt, is het als verdichtingsmethode een goede oplossing. Ik ben ervan overtuigd dat de integratie van natuur daarbij een belangrijke rol zal blijven spelen. Een gebouw als Wonderwoods maakt niet alleen de stad gezonder, maar daagt mensen ook uit tot een gezonde levensstijl.”

Wat is de volgende stap richting een gezonde en leefbare stad?

Jeroen:

“Als je alle daken groen maakt, blijft er minder ruimte over voor zonnepanelen. Op dit moment onderzoeken we bij diverse projecten hoe je die op een andere manier in de architectuur kunt integreren, bijvoorbeeld in de gevels. De voorbeelden die we daarvan tot nu toe kennen zijn niet heel fraai. Bij een optimale integratie kun je gebouwen maken die én groen én energieneutraal zijn. Uiteindelijk moeten gebouwen zelfvoorzienende organismen worden.”