Tot uiterlijk vrijdag 18 november 2011 tot 24.00 uur hebben deelnemers de mogelijkheid gehad tot het stellen van vragen. Publicatie van de antwoorden zal zo spoedig mogelijk na ontvangst en uiterlijk op donderdag 24 november 2011 tot 12.00 uur plaatsvinden op deze website. Na de vragenronde blijven relevante vragen en de daarbij behorende antwoorden en informatie gepubliceerd staan op deze website.
Vraag: moeten we ons aanmelden?
Antwoord: Nee, er is alleen een uiterste datum waarop de inzendingen binnen dienen te zijn.
Vraag over in te leveren formaten:
Antwoord: Formaat voor 72dpi RGB is 1024 x 768 pixels. Formaat voor web: jpg, voor print: jpg of eps.
Vraag: kunnen we in contact komen met particulieren?
Antwoord: de vereniging CPO Veemarkt behartigt de belangen van particulier opdrachtgevers. De vereniging kent op dit moment een beperkt aantal leden. Als inzenders interesse hebben om in contact te komen met iemand van de vereniging dan kan dat door een mailtje met dit verzoek te sturen naar aorta@aorta.nu. Aorta zal beoordelen of de vragen geschikt zijn voor de leden van de vereniging. Als vragen worden doorgezet kan het lid van de vereniging ook zelf bepalen of zij/hij wil ingaan op de vraag.
Vraag: hoe wordt het beoordelingscriterium betaalbaarheid getoetst?
Antwoord: U kunt zelf aangeven hoe u betaalbaarheid wilt aangeven en presenteren. Dat kan bijvoorbeeld door een indicatie te geven van de bouwkosten per m2 bruto vloeroppervlakte van het idee. Of door juist slimme maatregelen voor starters te presenteren. Of een levensbestendig concept voor te stellen. Of een indicatie op energiebesparing af te geven. Kortom uw concept bepaalt hoe u dit presenteert. De jury toetst overigens niet, zij geeft een beoordeling op basis van de vier criteria
functionaliteit; creativiteit; duurzaamheid en betaalbaarheid. In een ideeënprijsvraag gaat het om een goed idee. Wij weten uit gesprekken met de CPO vereniging Veemarkt dat de doelgroep graag een betaalbare woning wilt.
Vraag: kunnen we kavelprijzen ontvangen?
Antwoord: als richtlijn kan gelden voor de Veemarkt een VON-prijs van rond de 3000 euro per m2. Dat betekent dat een huis van 100 m2 ongeveer 300.000 euro zal gaan kosten (natuurlijk afhankelijk van de luxe van afwerking etc.) en een huis van 150 m2 zo’n 450.000,- euro. De grondprijs wordt residueel berekend. De exacte parameters moeten daarvoor nog bepaald worden.
Vraag over financiele grens sociale koop en vrije sector woning
Vraag: Er wordt gebouwd voor 20% sociale koopwoning. Wat is de financiële grens tussen sociale koopwoning en vrije sector woning? Is er voor de vrije sector een financiële bovengrens?
Antwoord: De grens van een sociale koopwoning ligt in Utrecht rond de EUR 200.000,-. Voor de vrije sector is er geen
financiële bovengrens anders dan de portemonne van de opdrachtgever.
Vraag over parkeernorm bouwveld E
Vraag:In bouwveld E worden 28 woningen gebouwd. Parkeren op eigen kavel is hier verplicht. De totale parkeervraag is hier 42, dus 1,5 parkeerplaats per woning. Echter de verplicht op te nemen parkeerplaatsen is hier 56 parkeerplaatsen, dus 2 parkeerplaatsen per woning. Moet per woning 2 parkeerplaatsen worden aangehouden, of moet uiteindelijk 42 parkeerplaatsen per 28 woningen worden aangehouden, waardoor sommige woningen 2 parkeerplaatsen hebben en sommige 1 parkeerplaats.
Antwoord: voor bouwveld E moet er 1 pp per kavel worden opgelost. Voor de aanvullende pp (0,5) is er plek in de openbare ruimte. Dit laat onverlet, dat bij grotere woningen de mogelijkheid is (kan zijn) om 2 pp op eigen kavel te realiseren). Dit is afhankelijk van het idee van de ontwerper.
Vraag over parkeren in de woning
Vraag: Er mag bij de bouwvelden alleen op de binnenterreinen geparkeerd worden. Aan de straat mag niet worden geparkeerd. Mag er IN de woning worden geparkeerd? Mag er in de ‘voortuinen’ van de kavels aan de zuidkanten van de bouwvelden geparkeerd worden?
Antwoord: Op de binnenterreinen moet een norm van 1:1 won\pp worden gerealiseerd. Dat mag ook in\onder de woning. Als voor
dat laatste wordt gekozen is dat onderdeel van het “idee”, dat ook voor de andere woningen moet gaan gelden. In de proefverkaveling van het SPVE hebben we er rekening mee gehouden dat onder de woningen aan de Sartreweg de pp. onderdeel uitmaken van het bouwvolume.
Vraag: Mag er bij bouwblok E aan de straat geparkeerd worden of alleen in het ‘voorhuis’?
Antwoord: Bouwveld E. 1 parkeerplaats op eigen terrein. (als onderdeel van het voorhuisje). o,5 (volgens norm) in de openbare
ruimte.
Vraag over maximale bouwenveloppe bouwveld E
Bouwveld E: kaveldiepte totaal 24.5m, voorgebied 6m, achtergevelrooilijn = waterkant, voorgevelrooilijn maximaal 11m vanaf waterkant. Dus de maximale bouwenvelop = 11m diep en niet 18.5m? (proefverkaveling toont verspringende bouwvolumes, los van rooilijn waterkant)
Antwoord: de maatvoering in het beeldregieplan is maatgevend. De proefverkaveling in het SPVE is niet (meer) aan de orde (dit is slechts een indicatie voor het programma).
Vraag: Mogen er meer woningen op één kavel gebouwd worden? Is daar een maximum aan?
Antwoord: In bouwveld B: Meer woningen op 1 kavel. Als het gaat om gestapelde woningen. In bouwveld E mag dit niet.
Vraag over inzet van duurzaamheidsconcepten
Het rapport van ecofys trekt de conclusie dat stadsverwarming het non-plus-ultra op het gebied van energieverzorging is, in
hoeverre worden alternatieve duurzaamheid concepten nog op prijs gesteld? Wordt een EPC berekening verwacht?
Antwoord: EPC is ook een indicatie. De ideeënprijsvraag daagt inzenders uit om na te denken over duurzaamheid. U kunt dus andere duurzaamheidsconcepten indienen. Deze worden als idee zeker op waarde geschat.
Vraag: mag er ondergronds gebouwd worden?
Antwoord: er mag ondergronds worden gebouwd maar het is heel duur aangezien je zeer waarschijnlijk onder het grondwaterpeil komt en dan een dure waterdichte constructie nodig hebt.
Vraag over de variabelen uit het beeldregieplan
Vraag: In het beeldregieplan voor de Veemarkt staat dat elke individuele woning in principe 1 variabel heeft, van de vijf variabelen hoogte, kapvorm, breedte, gevelindeling en materialisatie (p.13). Zo zou bijvoorbeeld een woning met als variabele materialisatie een afwijkende materiaalkeuze hebben. Om af te kunnen wijken moet dan bekend zijn waarvan wordt afgeweken. Is er voor de vijf aspecten hoogte, kapvorm, breedte, gevelindeling en materialisatie een standaard vastgelegd, en waar is die te vinden?
Er is geen “standaard” vastgesteld. Het is aan iedere architect een vrije keuze om het begrip standaard te definieren (oppervlakte, materialisatie, financieringscategorie). Op basis van deze eigen definitie een keuze te maken voor een variabel.
bv.
Standaard stel je breedte van de woning op 5,40. woonoppervlakte 120 m2, metselwerk, 3 ton) Je kan dan kiezen voor een bijzondere “smalle” woning, met een beperkt kaveloppervlak. enz
of
Standaard hoogte 2 lagen met een kap enz. Keuze voor een woning met grotere hoogte van 4 bouwlagen enz.
of
Standaard is het materiaalgebruik metselsteen enz. Keuze voor hout of beton enz.
Bij de uiteindelijke uitgifte is het de bedoeling dat onder begeleiding van de supervisor een “dialoog” gaat ontstaan tussen de verschillende ontwerpen. Als er meerdere architecten binnen een veld aan het werk zijn is de kans dat er uniforme gevelbeelden gaan ontstaan erg klein. Als er een architect aan meerdere woningen ontwerpt binnen een veld is die kans groter. De keuze voor de variabelen is dan een handvat. Uiteindelijk is het doel om een gevarieerd gevelbeeld in het plangebied te laten ontstaan.
Vraag over voorwaarde afstemming variabel met de buren in beeldregieplan
In het beeldregieplan staat: Per zijde moeten minimaal 3 variabelen worden gekozen in het ontwerp. Elke woning heeft in principe 1 variabel. Dat betekent dat de initiatiefnemers (opdrachtgever plus architect) hun ontwerp (met de gekozen variabel) moet afstemmen op het ontwerp (de variabel) van de woning van de buren waarbij iedere ontwerper een andere variabel toevoegt. Op deze wijze ‘vult’ het bouwblok zich met een variatie aan woningen.
Antwoord: in het kader van de ideeenprijsvraag kunnen ontwerpers natuurlijk geen rekening houden met het ontwerp van de buren omdat deze niet bekend zijn. Het beeldregieplan is als methodiek bedoeld voor de fase van uitgifte en niet speciaal geschreven voor de ideenprijsvraag. omdat het een ideeenprijsvraag is, schat de organisatie de kans dat er allemaal dezelfde ontwerpen uitkomen, zeer klein in.
Vraag over hoe veel variabelen ingezet dienen te worden.
Vraag: De variabelen zijn hoogte, kapvorm, breedte, gevelindeling en materialisatie … Ieder ontwerp kiest dus een hoogte (binnen de maximale grens), kiest een kapvorm, kiest een breedte (binnen de maximale grens), kiest een gevelindeling en kiest een materiaal. Klopt het dat iedere inzender 5 variabelen heeft en niet maar 1?
Het beeldregieplan is een handvat, een inspiratiedocument, geen toetsingsinstrument. Het klopt dat er een serie variabelen wordt voorgesteld. Daarom ben je in de gelegenheid om te kiezen want als er maar één variabel wordt voorgesteld kun je niet kiezen. Het klopt ook dat je één variabel kiest op basis van je concept.
Stel, je ontwerp vind je bijzonder door de door jou ontworpen woningplattegrond (bv een beletage). Dat uit zich over het algemeen in de gevelindeling. Dat kan betekenen dat jouw ontwerp zich dus vooral onderscheidt door de gevelindeling en dan is dat de variant die je kiest. Maar merk je al ontwerpend dat het ontwerp zich onderscheid door een bijzondere kapvorm, dan
kies je voor die variabel. Een keuze voor een variabel sluit een goed ontwerp op de andere elementen dus niet uit. De keuze voor één variabel is een handvat om je concept sterk neer te zetten en te komen tot een conceptuele keuze. Dat is het doel van het beeldregieplan, het is niet bedoeld als toetsing.
De gemeente Utrecht wil variatie in de wijk mede op basis van wat uit de participatie avonden naar voren is gekomen. Die zijn vertaald in kernkwaliteiten in het SPVE. Variatie en herkenbaarheid zijn onder andere kernkwaliteiten. Het beeldregieplan is een doorvertaling daarvan. De gemeente verwacht met deze aanpak variatie te organiseren. Ook geeft tijdens de uitgifte deze methode aan de voorkant dingen mee om en een dialoog te organiseren tussen supervisor en architect en tussen andere plannen. En ook als je als architect daadwerkelijk met een groep particulieren aan de slag gaat en je bijvoorbeeld 10 woningen ontwerpt, is het een handvat voor de architect in zijn/haar dialoog met de bewoners.
Dus: op basis van je concept, kiest de ontwerper een variabel. Dat zet je in als standaard. (bijvoorbeeld bijzondere materialisatie of gevelindeling) In je concept kies je dus voor één variabel. De verschillende variabelen zijn opgenomen voor de situatie als er een architect werkt aan meerdere woningen in opdracht van een CPO groep want dan heeft de architect de mogelijkheid om voor het, door hem/haar te realiseren aantal woningen, verschillende variabelen per woning te kiezen. Het blijft 1 variabel per woning. Per zijde (van het bouwveld) zijn het er minimaal 3, maar het mogen er ook meer zijn.
Vraag over de bandbreedte van de opgave:
Is het mogelijk om een voorstel te maken waarin meerdere woningen een eenheid vormen, waarbij de “kavel” als het ware wordt opgerekt voorbij de maat van een enkele woning?
Antwoord: Ja, deze ideenprijsvraag is juist gericht op PO én CPO. Als inzenders een voorstel maken voor CPO dan kun je een voorstel maken waarin bijvoorbeeld meerdere woningen een eenheid vormen. Er wordt om een uitwerking van de woning gevraagd, dit kan dus ook de eenheid in dit voorbeeld betekenen.
Vraag over keuze variabel
De wedstrijdregels zeggen: “geef aan welke variabelen uit het Beeldregieplan zijn gekozen”. Variabelen duidt op meervoud. In de antwoorden op de website staat expliciet:”In je concept kies je dus voor één variabel.” Wat is nu leidend?
Antwoord: het beeldregieplan geeft overzicht van de variabelen (meervoud). Voor het idee: 1 variabel kiezen. (de beste variabel die aansluit bij het gekozen concept van het idee)
Vraag: gaat blok B uit van collectieve of individuele woningbouw per kavel?
Antwoord: Bouwveld B gaat uit van CPO. Dus collectief.
Vraag: staat het al vast hoe de wijk wordt voorzien van energie?
Antwoord: In principe is het mogelijk in de wijk om aangesloten te worden op stadsverwarming. Het is ook mogelijk om een
alternatief te bedenken.
Vraag: kun je meer dan drie beelden inleveren?
Antwoord: de beelden moeten voldoen aan de maten en het formaat zoals omschreven in het wedstrijdprogramma. Een beeld dat daaraan voldoet kan wel samengesteld zijn. Je levert er dus drie in. Zie ook het antwoord hieronder.
Vraag over de inzending- en aanleverspecificaties:
“Een drietal beelden van het globale ruimtelijk ontwerp voor de bouwenvelop binnen de aangegeven geografische inperking, waarin de samenhang aangetoond wordt en de uitwerking van de woning.” Verderop wordt duidelijk dat deze beelden in ieder geval op A3 moeten worden aangeleverd en dat ze samen op één A0 moeten passen. Wat verstaat u onder een beeld, klopt het dat één beeld op één A3 moet passen en dat er dus 3 A3-formaat beelden moeten worden ingeleverd? Kunnen bijvoorbeeld plattegronden, aanzichten en doorsnedes van één huis samen als één beeld worden beschouwd?
Antwoord: voor de jurering zijn drie beelden nodig. Dat geeft de inzender meer ruimte om het voorstel te visualiseren. Het is aan de inzender om te bepalen wat hij/zij binnen het kader van één beeld laat zien. Het is dus denkbaar dat binnen één beeld aanzichten en doorsnedes worden getoond. Het belangrijkste is dat de inzending overtuigend visueel laat zien wat het voorstel inhoudt. Het verzoek om de beelden ook in resolutie 300 dpi op 100% (A3) in CMYK aan te leveren, is bedoeld om het materiaal geschikt te maken voor drukwerk, namelijk het ideeënboek dat de gemeente Utrecht laat produceren van alle inzendingen. Als de beelden op deze manier worden aangeleverd zijn ze in ieder geval groot genoeg.
Mocht de inzending ook in de tentoonstelling worden gepresenteerd, dan moeten alle beelden tesamen op één A0 formaat worden gemonteerd.
Vraag: Zijn de genoemde woningaantallen pg 20 SPVE per veld indicatief?
Antwoord: ja.
Vraag over de kaveldiepte:
Wat is de kaveldiepte ter plekke van bouwveld B, dus de diepte gemeten vanaf de overgang openbaar-privé aan de voorzijde tot en met de overgang privé-gemeenschappelijk binnenhof. Dit i.v.m. de aan te leveren maquette op een voetplaat ter grootte van de kavel.
Antwoord:
De kavel diepte is indicatief. Er moet ruimte gehouden worden met het gegeven dat binnen de bouwvelden (met gesloten bouwblokken) op het achterliggend terrein geparkeerd moet kunnen worden. Afhankelijk van de keuze voor parkeermethode kan rekening worden gehouden met een bouwdiepte van maximaal 13 meter plus een tuin van 10 meter. Standaard dus ca 23 meter. Bij de kavels met een voortuin (van 3 meter) is dit eveneens ca 23 meter.
Vraag over de kavelbreedte:
Er worden nergens minimale en/of maximale kavelbreedten genoemd. Is deze vrij te kiezen (binnen redelijke grenzen)?
Antwoord: Deze is vrij te kiezen. Indicatief tussen 4,80 en 6,60. Het is wenselijk om te variëren met kavelbreedtes binnen een bouwblok (zie beeldregieplan. Breedte is een te kiezen variabel).
Vraag over de bouwhoogten:
Er worden in het SPVE bouwhoogten genoemd die in veel gevallen (ver) onder het maximum van het bestemmingsplan liggen. Zijn deze hoogten in het SPVE bindend? Als er een range wordt aangegeven (bijvoorbeeld 2-4 lagen), is de laagste hoogte ook een minimum?
Antwoord: Het bestemmingsplan biedt de mogelijk om tot 17 meter te bouwen. Dat is de algemene hoogte die juridisch is geregeld. Dat komt overeen met ongeveer 5 bouwlagen. Omdat de gemeente de grond verkoopt zal binnen de kavel\bouwveld paspoorten de hoogte per kavel aangegeven worden (dus niet altijd het maximum).Als wordt aangegeven 2-4 lagen mag er dus of; in 2; 3 of 4 lagen worden gebouwd. Niet hoger en niet lager. Variëren in hoogte is wenselijk binnen elk bouwblok (zie beeld regieplan. Hoogte is een te kiezen variabel).
Vraag: Wat is de maximale bouwhoogte (afmeting) voor resp. 3, 4, en 5 laags bouwen
Antwoord: Bouwhoogte is maximaal 17 meter (bestemmingsplan). Verder is de aanduiding 3-4 of 4-5 bouwlagen, zoals in het SPVE aangegeven, maatgevend.
Vraag: Op welke locaties mag 5 laags gebouwd worden? De hoekkavels zijn altijd 4-laags?
Antwoord: de hoekbebouwing (veld B) strook langs de Sartreweg is 5 bouwlagen. De overige twee hoeken 4 bouwlagen.
Vraag over kiezen van verdiepingshoogte:
De in het SPVE genoemde aantal lagen kan door het vrij kiezen van verdiepingshoogten andere gebouwhoogten opleveren (mits binnen bestemmingsplan). Een woning met vier lagen van 3,5m wordt bijna net zo hoog als een woning met 5 ‘standaardlagen’. Mag deze ‘vrijheid’ worden gebruikt?
Antwoord:Er is een vrije keuze voor het kiezen van een verdiepingshoogte mits het er niet toe leidt dat de maximum hoogte (17 meter) ,zoals aangegeven in het bestemmingsplan, wordt overschreden.
Vraag over de maximale bouwdiepte:
De maximale bouwdiepte in bouwveld B is 13 m cf het beeldregieplan. Aan verschillende zijden is er geen, een 1m diepe of een 3m diepe voortuin voorzien. Deze zit naar wij aannemen niet in de 13m bouwdiepte. Is in alle gevallen de kavel even diep, met dus, bij een maximale bouwdiepte, dan een verschillende diepte van de achtertuin?
Antwoord: Bouwdiepte is maximaal 13 meter. Dat is exclusief de voortuin of de keuze om 1 meter achter de voorgevelrooilijn te bouwen. In het SPVE is aangegeven dat er is gekozen voor een voortuin van 3 meter de woningen aan de zuidzijde van het bouwblok zijn gelegen. Voor de overige woningen is er de vrijheid om 1 meter achter de voorgevelrooilijn e bouwen. (Ook dit is een flexibel gegeven die variatie in beeld stimuleert).
Vragen over de hoeken:
Is de vraag om voorstellen voor bouwveld B in te dienen gericht op de standaard-stroken of ook voorstellen voor de hoeken?
- als de hoeken ook onderdeel zijn van deze prijsvraag ontstaan op de hoeken van bouwveld B nader in te delen vierkanten van ongeveer 25x25m, als de kaveldiepte ongeveer 25m is. In de getekende opzet is maar een kwart van dat oppervlak achtertuin, de andere driekwart zouden cf het beeldregieplan aaneengesloten volgebouwd moeten worden, gezien het oppervlak en bouwhoogten met een aantal woningen. Is hier vrij me om te gaan, zolang maar aan de eisen van SPVE/beeldregie wordt voldaan?
Antwoord: Vanuit milieuregels moeten de hoeken worden gesloten. Dit is de plek voor bijzondere woningen met buitenruimte niet op maaiveld. Dit kunnen ook gestapelde woningen (maisonettes).
Vraag over digitale ondergronden:
Komt er nog digitale informatie vrij zoals cad-tekeningen of andere bewerkbare files van de twee blokken?
Antwoord: ja, deze zijn hier te downloaden: een ZIP bestand met daarin een DWG (AutoCad) bestand van het meest recente matenplan, alsmede een PDF van de leveringsvoorwaarden bij uitwisseling van digitale bestanden.