Datum: 26-04-2018

Het lijkt op het eerste gezicht gewoon het zoveelste flitsende bouwvolume achter het station. Wie beter kijkt ziet op de verdieping een kas vol plantjes en herkent misschien de rookglazen gevelpanelen van de vroegere Luitenant Generaal Knoopkazerne aan de Croeselaan.

Tekst: Martine Bakker

Die Luitenant Generaal Knoopkazerne doet niet bij iedereen meteen een belletje rinkelen. Toch was het een fors gebouw waar zelfs een slotgracht omheen lag. Het zal de onopvallende jarenzeventigarchitectuur wel zijn geweest die niet beklijfde. De kazerne is de afgelopen jaren compleet gestript, de gracht werd gedempt, op alle verdiepingen wijzigde de plattegrond, alle gevels zijn vervangen en het gebouw is compleet opnieuw ingericht. Het doet nu dienst als werk- en vergaderplek voor Rijksambtenaren.

Op de parkeerplaats achter het Rijkskantoor, voor de nieuwe fietsenstalling ‘Knoop’, zullen in de nabije toekomst nog twee nieuwe torens verrijzen. En over vijftien jaar wordt er aan de Croeselaan een derde toren gebouwd tussen het Rijkskantoor en de Rabobank. Tot die tijd staat hier The Green House, een circulair paviljoen met een eetcafé en vergaderruimte. Het is ontworpen door architectenbureau Cepezed dat ook verantwoordelijk was voor de transformatie van de kazerne.

The Green House Restaurant. Foto: Architectenbureau Cepezed

Je zou het rechthoekig no-nonsencepaviljoen van twee bouwlagen gemakkelijk over het hoofd kunnen zien. Aan de zuid- en westkant, achter gevels van helder glas, ligt het café. De gesloten noord- en oostgevel omsluiten de keuken en bijkeuken en de  drie vergaderzaaltjes erboven. Hier zijn de panelen van rookglas hergebruikt. De kas, waar eetbare planten groeien, bevindt zich boven de entree. De kas en zaaltjes worden van binnenuit bereikt met een industrieel aandoende trap en balustrade.

De tweede verdieping is deels open gelaten. Hier is de caféruimte hoog en een wand met varentjes en graslelies benadrukt dat nog eens. Op de vloer van de begane grond liggen ruige, lichtbruine straatklinkers en ook de staalconstructie, bouten en – stoffen – luchtkokers zijn zichtbaar gelaten. De – stekkerloze – keuken is open en wordt van de zitruimte van het café gescheiden door een bar. Niet alleen vanaf de straat, ook vanuit het café kijk je op de kas. Waar je zomaar naar binnen mag om blaadjes te snoepen van het een of ander kruid.

De kas, waar eetbare planten groeien, bevindt zich boven de entree. Foto: Architectenbureau Cepezed

Dat Cepezed zich op circulariteit richt is niet verrassend. Het architectenbureau staat altijd al garant voor praktische milieuvriendelijkheid, bijvoorbeeld in de vorm van bouwpakketten: architectuur die je snel kunt opbouwen, kunt afbreken en elders weer opbouwen. In het Utrechtse stationsgebied is Cepezed bekend van de Moreelse brug – die met die bomen erop – en het vernieuwingsplan voor de Jaarbeurs – dat met al die zonnepanelen.

Verrassender is het dat het complete team waarin Cepezed de Knoopkazerne aanpakte met The Green House het circulaire bouwen uitdraagt. Rogier Joosten van bouwreus Strukton en Ernest van der Voort van bedrijfscateraar Albron doen bij de opening begin april minstens zo enthousiast hun verhaal als de architecten. Sterker nog, hetzelfde geldt voor de betrokken hovenier en teler, voor de leveranciers van de wijn, van de lampen en van het meubilair, voor de kok en voor de uitbater van het café.

Een wand met varentjes en graslelies benadrukt de hoogte van de caféruimte . Foto: Architectenbureau Cepezed

The Green House blijkt een vat vol verhalen. Het zijn leuke verhalen, zoals over het bruingetinte glas van de oude kazerne, dat niet overal is toegepast, maar wel het stramien van de complete gevel bepaalde. Over de gehusselde letters met de naam van de kazerne, die boven de bar een nieuwe slogan vormen. Over de parasolplatanen op het terras, waar expres geen verwarmingselementen of parasollen zijn geplaatst. Over de energie- en waterhuishouding, die samenhangt met het Rijkskantoor. Over de ‘building circularity index’ van tachtig procent: de hoogste van Nederland.

Verhalen over de bedoeling van de plantjesmuur, die binnen de lucht zuivert. Over de straatklinkers, die afkomstig zijn van een kade in Tiel en waaronder gewoon zand en vloerverwarming ligt. Over de stoelen van gerecyclede petflessen – er zitten er 64 in een stoel, weinig eigenlijk – en de fauteuils met gedistingeerde wollen bekleding. Over het stikstof en de garde waarmee ter plekke verrukkelijk ijs wordt gemaakt. Over de ‘herintredende’ medewerkers in de keuken, waar ze niet doen aan ‘social waste’. Over het mospaneel in een van de zaaltjes, dat stress moet verminderen.

Verhalen over waar het afval blijft – onder meer op de composthoop voor de kas – en verhalen over bijvoorbeeld Ibn al Baitar (1197-1248), een van beroemde botanisten met wier namen de schappen van de kas zijn ingedeeld. En zelfs verhalen over de verhalen: Albron zet ze namelijk in voor klantenbinding en publiciteit. Elk lid van de bediening werd gevraagd zijn of haar drie favoriete verhalen uit het hoofd te leren en uit te dragen.

Een kijkje in de circulaire keuken van The Green House. Foto: Cepezed

Het meest verrassende verhaal is dat van de financiering. Dat de Green House zich min of meer zelf bedruipt, maakt het volgens Rogier Joosten een interessante casus voor de naastgelegen Rabobank. Voor zaken als de meubels en verlichting wordt uitgegaan van ‘pay for use’. Dus lampen worden niet gekocht, maar achteraf afgerekend op het aantal lichturen. Voor de betaling van de stoelen geldt het aantal uren dat er iemand op of in zat.

Dat dit een kwestie van vertrouwen is, en daarmee een zekere onzekerheidsfactor heeft, lijkt de betrokken bedrijven niet te deren. Sterker nog, de bij de opening aanwezige vertegenwoordigers wijzen stuk voor stuk op hun verantwoordelijkheid in de wereld als geheel. Klanten krijgen via de menukaart overigens vriendelijk de mogelijkheid om een steentje bij te dragen. De kaart vermeldt niet alleen gerechten en prijzen, maar geeft ook zaken als calorieën, de herkomst van ingrediënten en de CO2-uitstoot van de productie in overweging.

De kaart vermeldt niet alleen gerechten en prijzen, maar geeft ook zaken als calorieën, de herkomst van ingrediënten en de CO2-uitstoot van de productie in overweging. Foto: Architectenbureau Cepezed

De vaststaande vijftien jaar dat betrokken partijen menu’s, lampen, gewassen of meubels leveren aan de Green House verzekert hen van inkomsten en biedt hen de kans om duurzaam te innoveren. Als je voor vijftien jaar verantwoordelijk bent voor een product ligt een wegwerpartikel bovendien niet voor de hand, dan kies je voor duurzaam. Jaap Bosch van Cepezed denkt dan ook dat een publiekprivate samenwerking circulair bouwen bevordert. Helemaal bij DBFMO-contracten (Design Build Finance Maintain Operate), waarbij een team of consortium twintig tot dertig jaar verantwoordelijk blijft voor een gebouw en daarmee, zoals de Green House nuchter tentoonspreidt, in feite voor een stukje reilen en zeilen op aarde.

Op de Dag van de Architectuur zaterdag 2 juni ontvangen de architecten van Cepezed en de initiatiefnemers van Albron geïnteresseerden in The Green House voor een presentatie en rondleiding in en om het gebouw. Deelnemen is gratis. Meld je aan om het niet te missen, want het aantal plaatsen is beperkt. 


Martine Bakker is architectuurhistoricus en schrijft over moderne en hedendaagse architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur. Zij is eindredacteur bij Uitgeverij Blauwdruk, redacteur van het Blauwe Kamer Jaarboek en stedelijk redacteur voor AORTA.