- beeld-woonerf-lunetten
- Lunetten in aanbouw
Dorps wonen in de stad. Dat was het ideaalbeeld van de ontwerpers van de woonerfwijken uit de jaren zeventig en tachtig. Kritiek op de ruimtelijke opzet van deze woonerfwijken is eigenlijk al te vernemen sinds het eind van de jaren tachtig. De wijken hebben een structuur die te vergelijken is met een bloemkool: dood- of rondlopende straten en woonerven zijn aangetakt op een beperkt aantal kronkelige hoofdwegen. Het is daardoor lastig voor bezoekers om zich te oriënteren en er de weg te vinden. Het onderscheid tussen private, collectieve en de openbare ruimte is niet altijd duidelijk en er is veel ‘betekenisloos’ snippergroen. Ook lijkt er sprake te zijn van een imagoprobleem: veel stedelingen associëren wonen in een woonerfwijk met burgerlijkheid en spruitjeslucht. Het woonerf staat ‘onder een bedenkelijke reuk van vergane glorie’ (Bloemkoolwijken, analyse en perspectief, M. Ubbink en T. van der Steeg).
Het rapport Studie Woonerven Lunetten is hier te downloaden.
De belangstelling in de landelijke vakwereld is voor Architectuurcentrum Aorta aanleiding geweest zich af te vragen hoe het gesteld is met de woonerven in de Utrechtse woonerfwijk Lunetten. In samenwerking met Nio Stedelijk onderzoek, Bureau Lofvers en Jutten Architectuur is de Studie Woonerven Lunetten uitgevoerd, een sociaal-ruimtelijke studie naar het gebruik en de beleving van de collectieve buitenruimten. Het doel van de studie was te achterhalen wat de succesfactoren en de knelpunten zijn van de woonerven en binnentuinen in Lunetten.
Hoe is het gesteld met de openbare ruimtes in de woonerven en de hoofdstructuren? Hoe gebruiken bewoners de erven en hoven? Wat ervaren zij als positief, en wat niet? Wie is er verantwoordelijk voor het onderhoud? En hoe kunnen gemeente, corporatie én bewoners een bijdrage leveren aan het verbeteren van de woonomgeving? Op deze vragen zoeken we in deze studie het antwoord.
Het onderzoek is een vervolg op de landelijke Studie Woonerven (2009), van dezelfde onderzoekers. Zij deden daarin onderzoek naar de sociaal-ruimtelijke interactie in woonerfwijken. De nadruk in de Studie Woonerven Lunetten ligt op de overgangszones tussen openbare en privéruimten.
Aan de hand van diepte-interviews en twee workshops met bewoners van een woonerf in de Balearen en binnentuinen aan de Dolomieten en de Filippijnen is inzichtelijk gemaakt hoe bewoners hun woonerfwijk gebruiken en ervaren. Ook is een relatie gelegd met de uitzonderlijke ontstaansgeschiedenis van de wijk. Ter afsluiting van de studie is een druk bezochte debatavond georganiseerd waar bewoners, deskundigen en bestuurders met elkaar in discussie gingen over de knelpunten en verbetermaatregelen die de woonwaardering ten goede kunnen komen.
Uit de Studie Woonerven Lunetten is gebleken dat het ingenieuze inspraaksysteem dat aan de basis heeft gestaan van de ruimtelijke opzet van de wijk, ertoe heeft geleid dat Lunetten tot de dag van vandaag een groep zeer betrokken en zelfredzame bewoners heeft. Ook nieuwe bewoners kiezen bewust voor de groene ruimtelijke opzet en het dorpse karakter in de nabijheid van de stad. Vooral jonge gezinnen leveren een actieve bijdrage aan de kwaliteit van de collectieve buitenruimten.
De ruimtelijke maat die kenmerkend is voor de woonerven en binnentuinen versterkt de toe-eigening en sociale contacten tussen buren. De collectieve terreinen worden gebruikt als speelplek, om er te zitten aan een picknicktafel, om er te voetballen of te volleyballen, een konijn in een hok te laten grazen of om er eens een keer een tent op te zetten. Ook als het weinig wordt gebruikt waarderen bewoners de mogelijkheid om het te gebruiken als uitloopgebied van het privédomein. Tegelijkertijd draagt de ruimtelijke maat en de beschutting van voor- en achtertuin, bij aan de juiste balans tussen afstand en nabijheid. Bewoners vinden het prettig dat niet alle ruimte tussen de huizen is opgeofferd aan privétuinen en dat de hoven tegelijkertijd niet zijn afgesloten van het publiek domein. Opvallend is dat het door critici verguisde snippergroen en de bergingen in de privétuinen daaraan bijdragen.
De kracht van het woonerf zit in de vrijblijvende collectiviteit. De Studie Woonerven Lunetten leert dat de subtiele overgangszones tussen het privédomein en de publieke ruimte een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de woonomgeving. De woonerven van Lunetten vragen niet om een grootschalige ontwerpopgave. Wel kunnen kleinschalige ruimtelijke ingrepen, goed onderhoud en een goede communicatie tussen gemeente, corporatie en bewoners de kwaliteit van de collectieve buitenruimten van Lunetten ten goede komen.
Studie Woonerven Lunetten is mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor Architectuur, Gemeente Utrecht, Mitros, Portaal en SEV. Met bijzondere dank aan het Bewonersoverleg Lunetten.

